maandag 9 januari 2012

Dromen in de tuin

Doe mij zo'n tuin! En doe er dan meteen een tuinman bij. En een paleis om - vanuit een mooie hoogte - te kunnen genieten van de oppervlakte. En een paar eenden. Die dan door het doolhofje waggelen. En gouden zwanen, die schitteren in het zonlicht. Want dat maakt het nog zoveel mooier. En...

Maar zelfs zonder zonlicht, zwanen of eenden. Zonder paleis en zonder tuinman. Zonder de oppervlakte, de struikjes. Zonder alle bezoekers. Behalve een.

Doe mij jou. En mij in diezelfde tuin. Dan ben ik elke koning te rijk.

maandag 14 november 2011

Aandacht (be)grijpen

Het is belangrijk om te weten wanneer de aandacht op je is gericht. Voor die tijd hoef je niet te vlammen. Maar als het zover is, dan wel! Dit kun je zien als een PR-advies voor iedereen die graag goed in de schijnwerpers staat.

De focus ligt nu nog niet bij jou. Het is al genoeg als men weet dat je er bent. Je kunt gewoon je beurt afwachten. Of initiatief nemen, zodat de aandacht naar jou verschuift.

Maar wanneer de focus zich spontaan naar jou verplaatst, is het zaak om meteen alert te zijn. Je moet dus voorbereid zijn. Weten hoe je wilt reageren, hoe je wilt overkomen.
En dan ook snel zijn.

En goed uithalen. Voor je het weet is de aandacht verslapt.
Als je het goed doet, komt er een goed resultaat uit. Je moet het spel beheersen van de camera's bespelen. En erop vertrouwen dat je theater wordt opgemerkt.
Vakmensen onder elkaar!

maandag 7 november 2011

Sirenes

Associaties zijn snel gelegd en soms erg venijnig. Het geluid van de maandelijkse sirene-test bijvoorbeeld is voor mij vastgeklonken aan de herinnering aan paniek van mijn doodzieke vader. Zo kan er ineens een traan zijn waar ik vlak daarvoor niet emotioneel was.

Bijna zeven jaar geleden. Hij was toen een kwetsbare zieke dierbare man. Niet oud, want veel te jong om zo in zijn bed te zitten. Hij trok zichzelf op aan de papegaai boven zijn ziekbed en keek in paniek om zich heen. Hij was al maanden ziek, en letterlijk in zijn laatste dagen. In de kamer was het tot dat moment vrij stil, we voerden onze gesprekken op een kalme toon, want teveel opwinding zouden we niet aankunnen. Hij niet, wij ook niet. Toen begon het geloei. En iedereen in de kamer kon het geluid thuisbrengen. Maar hij niet meer. Hij keek alsof hij sirenes uit de oorlog herbeleefde. Snel, zoek dekking! Het lichaam belette hem te vluchten. Het was de herrie van een strijd die hij een paar dagen later mocht opgeven.

Sindsdien, en nog altijd, word ik onaangenaam getroffen door dit maandelijkse signaal. Natuurlijk heb ik andere herinneringen bij andere plekken en andere geluiden en geuren. Ook aan hem. En het meest vreemde is: dit is niet een moment dat ik hem mis. Dit is een herinnering aan een moment dat ik het liefste niet had meegemaakt. En nu ik het toch heb beleefd, is het als een indringende schreeuw die nog altijd zoekt naar verzoening.

Wat deze sirenes voor mij zijn, zijn andere impressies voor anderen. Aan ieder verlies en ook aan elk vrolijk moment hangen ook heel gewone associaties. Gewone prikkels. En die prikkels in het dagelijks leven triggeren vervolgens de blijde of verdrietige gedachte aan een dergelijk moment vroeger.

Wie me goed kent, die weet het. En, net zo, wil ik van mijn dierbaren weten welke prikkels bij hen leiden tot een glimlach. Of tot een stille traan. Niet om de pijn weg te nemen of het plezier te overklassen. Wel om te kunnen troosten. Of mee te kunnen lachen.
.

vrijdag 4 november 2011

Zakelijk en privé

Privé en zakelijk moet je niet teveel door elkaar halen. Mijn lief weet dat heel goed, ze knoopte pas privébanden met me aan toen duidelijk was dat onze zakelijke relatie achter ons lag. Dat is heel zuiver.

Maar soms is het ook wel heel prettig als privé en zakelijk wél dicht bij elkaar komen. Neem M. Ze vroeg mij of ik een fotoshoot met haar wilde doen, nadat ze had gemerkt dat ze zich bij mij op haar gemak voelde. En dat had ze gemerkt in een privé context.

De shoot was gezellig en leverde daarnaast ook het gewenste resultaat op: mooie foto's waar M blij mee is. En de zakelijke wederdienst komt ook prima in orde: we spraken af dat ik op basis van waardebepaling-achteraf zou factureren. Het gaat me bij klusjes als deze niet om het geld.

Ook via privékanalen kwam de vraag om eens een avond mee te denken over een training. De vraag werd bij mijn opdrachtgever in de organisatie getoetst, ik maakte een offerte en die werd zonder veel problemen goedgekeurd. Het kan dus wel. De ondersteuning was vervolgens mede zo effectief doordat ik mijn opdrachtgever al jaren vanuit de privé-setting ken.

Twee voorbeelden van "Niks mis met deze vermenging van zakelijk en privé."

Waarom zou ik dan krampachtig gaan proberen alleen in de zakelijke contacten aan opdrachten te komen? Ik heb mijn neus in dezen nog niet gestoten. Dus laat privé en zakelijk maar lekker door elkaar lopen!

zondag 16 oktober 2011

Wakker!

16102011-IMGP7569-3 by FotoSyb
16102011-IMGP7569-3, a photo by FotoSyb on Flickr.
Dit groot-orige vosje is mijn favoriet in Artis. Hij ligt vaak te slapen. Op een steen, onder een lamp. Lekker warm.

Ik heb er vaker bij gestaan, en was altijd blij als hij even zijn oogjes half opende tussen twee dromen door. Zo ook vandaag.

Net toen ik het kleine-zoogdierenhuis weer wilde verlaten, was hij plotseling toch in beweging gekomen. Van zijn warme steen af, hij maakte even een rondje door zijn hok. En toen ging hij weer zitten. En daarna weer liggen.

Mijn verblijf tussen de dieren was pas net begonnen, maar kon niet meer stuk.

maandag 5 september 2011

Voor het oprapen

Het meest opmerkelijke bericht van de maand was voor mij het verhaal over het verloren geldkoffertje. 

Uit een geldtransportwagen was een kistje op de snelweg gevallen, en de bankbiljetten lagen her en der verspreid over het asfalt.

Graaien!
Waarom was ik daar niet bij, dacht ik meteen. Ik zou het wel weten: oprapen, inpakken en wegwezen. Maar daar hebben we in Nederland een wetje op bedacht. Het oprapen van dit geld - en het dan niet teruggeven is strafbaar:



Gelukkig is het meeste geld dat je op straat kunt vinden, niet van de vrachtwagen gevallen, maar gewoon verloren en dus voor de eerlijke vinder. Niemand zal verwachten dat je je best gaat doen om degene op te sporen die dat muntje van twee euro is kwijtgeraakt.

En heel soms hoef je niet eens moeite te doen om de verliezer te vinden...

En geluk?
Met geluk dat op je pad geworpen wordt, werkt het bijna hetzelfde. Sommige dingen lijken veel geluk te gaan brengen, maar zijn toch niet voor jou. Afblijven dus. Als je het pakt, kan dat zomaar ongewenste gevolgen hebben. Zoek door, tot je ergens het geluk vindt met een briefje erbij. "Pak maar."

En dan is een muntje van 5 cent veel ontroerender dan duizenden euro's aan twijfelachtige bankbiljetten.

donderdag 11 augustus 2011

Le Cheval Blanc

Dit is een plek waar ik in het verleden ook eens naar keek. Toen was het terras volop in gebruik. Er stonden tafeltjes, ik herinner me vrolijke verlichting en zelfs muziek. 

Het was een plaats die licht uitstraalde, en niet verzwolg, zoals nu. Hotel Le Cheval Blanc in St Hippolyte du Fort.


Ontzag
Er logeerden mensen, en ik zag hen soms 's avonds buiten zitten, had zelfs wel een beetje kinderlijk ontzag voor deze mensen die in een hotel verbleven. Terwijl ik een paar kilometer verderop met mijn ouders 'slechts' een camping bewoonde. Ik kan me maar één verblijf in een hotel met mijn ouders herinneren. Dat was niks voor ons, zullen mijn ouders toen hebben vastgesteld. Maar goed, we waren op vakantie. Dan gingen we weleens ergens wat drinken. En dit was een plaats waar ik best wilde gaan zitten, al was het maar een keer. Al was het maar even. Voor een drankje. Voor het samen met mijn vader deze plek verkennen.

Open
Toen stond het - kleine - hek nog open, maar waren er andere barrières die me ervan weerhielden om naar binnen te gaan. Om een blik te werpen op de receptie, en dan de vast statige trap naar de bovenverdiepingen tree voor tree te beklimmen. Waren het werkelijke barrières, of beeldde ik me maar in dat het niet uit zou komen als ik daar een kijkje ging nemen?
Dicht
Heb ik nooit gevraagd om daar een keer wat te gaan drinken? Heb ik altijd gedacht dat mijn ouders dat vast-niet-goed zouden vinden? Of vonden ze het werkelijk niet goed? Hoe dan ook: ik ben er nooit binnen geweest. En nu kan het niet meer. Zelfs als ik me langs of over het hek zou kunnen wurmen, als ik de sleutel bezat van de zware houten deur, dan nog zal wat ik te zien krijg, nooit meer zo zijn als toen. De vrolijke lichtjes zijn verwijderd, het pand is verlaten en de hof oogt verwaarloosd. En ook mijn vader kan niet meer mee om mij te beschermen voor de ongetwijfeld norse kelners of vastgoedeigenaren.

Ik sta tegenover het gebouw, en denk: misschien ga ik hier wel nooit naar binnen. Jamais. En terwijl dat voor vrijwel alle gebouwen in dit dorp een volkomen geaccepteerd feit is, vind ik het hier jammer.

Dus ik ga er maar eens een avondje op Googlen. Kijken of ik alsnog inkijkjes kan vinden die ik er zelf nooit heb gehad.