maandag 13 december 2010

Ik neem je mee

Ik zie je vandaag. Zoals ik je vandaag wil zien. Vol van levenslust en energie, staand op eigen voetjes op een blad dat je zelf koos. Ik wil wat ik vandaag van je zie, ook morgen kunnen zien. Ook al ben je vrij om te gaan, in beeld leg ik je vast. Zo doe ik het graag.
Want misschien ben je morgen niet meer zo mooi als vandaag. Misschien zie ik je morgen niet meer zo scherp als vandaag. Misschien ben jij er nog wel, en zie ik nog wel, alleen ben jij niet meer bij mij of kijk ik niet meer naar jou. Misschien heb ik overmorgen wel een bewijs nodig om me te herinneren hoe ik nu naar je kijk. Van je geniet. Het liefst leg ik je vast voor ik je los moet laten.
Ik zal blijven proberen, deels als spel, en deels uit angst het mooie vlinderende nu weer te verliezen. Maar sterfelijke schoonheid, al zijn we nog zo kwetsbaar, al gaan we op in elkaars geluk, dan nog geeft niets mij het recht om je te vangen. Dat weet ik toch. Wees niet bang. Kom zitten op mijn hand, dan maken we samen de herinneringen. Wijs me, vertel me wat je ziet.
En als ik dat dan vastleg, ook dan vergeet ik ons samen niet.

vrijdag 15 oktober 2010

Etenstijd

Als het regent komen er kikkers tevoorschijn. Ze kruipen van onder grote groene bladen van de planten in mijn tuin, of komen tevoorschijn uit het vijvertje. In elk geval zijn ze er ineens en springen over het tuinpad.

Als ik tijd heb pak ik dan graag mijn fototoestel. Dan lig ik plat op mijn buik in de keuken, camera met enorme lens zo plat mogelijk op de grond.

Een keer heb ik door de lens een kikker zien eten. In mijn eigen tuin! Dat ging allemaal heel erg snel. De bewegingen leiden tot vegen in de foto. En misschien zie je niet eens meteen waar je naar kijkt... maar ik vind het een heel bijzondere serie geworden. Het begint ermee dat de kikker zit te loeren. Naar een regenworm die zich totaal onbezorgd een weg baant over de natte tegels. Onhoorbaar sloeg de laatste minuut van de worm.

Ineens slaat de jager toe. Wat volgt mag niet eens een worsteling heten. De worm probeert verzet te bieden maar is geen partij voor klauwtjes en bek van de kikker.

De regenworm maakt geen schijn van kans. In zijn geheel wordt hij naar binnen gewerkt. De kikker gebruikt daarbij zijn voorpootjes om het voedsel de goede richting op te sturen.

Geen idee of de worm met z'n kop vooraan wordt verslonden, of met z'n staart vooraan. Vind het wel een grappig idee dat hij hier met zijn kop naar buiten zit. Nog even rondkijken naar de wereld, en dan de donkerte in.

Ze hebben wat leuks, die lelijke glibberige groene beesten met hun ogen bovenop hun kop. Ook al zijn ze dan vies, koud, en eten ze wormen, en ook al zijn ze niet behaard, knuffelbaar of vangbaar. (Over dit laatste is mijn kat het trouwens niet met me eens. Hij vangt er - soms - wel eentje.)

Het simpele feit dat ze er zijn maakt het in de tuin gezelliger. Dus zelfs kille regenworm-etende kikkers dragen bij aan de gezelligheidsindex van mijn tuin.

vrijdag 10 september 2010

Vreemde ogen


Vreemde ogen dwingen. Bekende ogen dwingen nog veel meer. Zelfs de mogelijke aanwezigheid van bekende ogen dwingt.

Ooit was ik met een vriendin in een bos. We vonden elkaar erg leuk en wisten dat ook. In het bos was er geen reden om het niet aan elkaar te laten merken.
Daarna kwamen we samen in een stad. Die stad werd bevolkt door allerlei mensen die haar kenden als de ex van haar ex. En hij wist nog niet van haar en mij. Ze wilde dat we elkaar zouden loslaten in de stad.
Weken gingen voorbij en ze sprak hem niet. Al die tijd bleef de stad voor ons samen een no-go-area. De wereld kon maar beter niet teveel weten over ons.
Ik vond in haar wereld geen plek voor mezelf. Moest een belangrijk deel van m'n gevoel - en daarmee van mijzelf weggummen in de openbare ruimte. Omdat zij - cru gesteld - haar zaakjes communicatief niet op orde had. Ze liet wel herinneringen achter in mijn huis, die paar keer dat ze daar rondstapte. En behalve dat ook een les: ik ga niet meer meedoen met dat gummen.

zaterdag 28 augustus 2010

Focus

Ik baan mij een weg door een mensenmassa. Overal om me heen lopen mensen die interessant zouden kunnen zijn om nader te bekijken. Razendsnel schieten mijn ogen langs alle gezichten.

Best vermoeiend om te doen. Want al die gezichten vertellen een verhaal. Achter elk van die façades schuilt een verleden. Elke blik is toch op zijn  minst een interpretatie waard. Elk mens aandacht.
Dat houd ik niet vol. En dus doe ik hetzelfde als een fototoestel doet. Ik focus. Op bepaalde mensen in de massa, of op een doel. Ik kies ervoor om niet alle blikken te willen vangen, om niet alle mensen te willen zien. Langs sommige mensen kijk ik heen. Ook al gaan ze voor me staan.

Terwijl ik tussen ze door loop, probeer ik zo min mogelijk mensen op de tenen te gaan staan of aan te stoten. Daartoe moet ik ze waarnemen (en richting bepalen, snelheid inschatten, bedenken of ik opzij moet stappen) en daarna gauw geen verdere verbinding met ze zoeken. Die mensen houd ik bewust onscherp.
Soms loopt er iemand door mijn beeld die ik wel volg. Iemand die – al dan niet bewust – mijn aandacht weet vast te houden. Voor even. Soms door wat hij of zij doet, en soms door wat ik in die persoon zie. Bewust stel ik scherp, zo nodig zoom ik in.

Als ik op zo’n moment mijn camera in de hand heb, maak ik een foto. Dan kies ik ervoor om wat ik in die persoon zie, ook echt vast te leggen. Ik kies het kader waarbinnen ik de persoon tot zijn recht vind komen. Ik focus. En vervolgens wacht ik dan een goed moment af. In de tijd die daaraan voorafgaat, (soms seconden), ga ik helemaal op in hem of haar. 
Lang niet altijd is het resultaat een mooie foto. ’t Beeld kan onscherp zijn, bijvoorbeeld door condens op de lenzen, of toch teveel beweging van mij. De uitdrukking van de gefotografeerde kan ongelukkig zijn. Of de ogen dicht terwijl ik ze open wilde zien.

Maar al lukt er geen enkele foto; het zo naar mensen kijken alleen al is erg leuk om te doen.

vrijdag 27 augustus 2010

Saildreumes gezocht

Tijdens SAIL maakte ik een foto van een klein meisje. Het zou toch leuk zijn om de familie van dat meisje een afdruk te kunnen sturen van die foto. Maar vind haar maar 'ns terug... 


Op Sail kwamen circa 1,5 miljoen bezoekers af. Zo'n kind dan opsporen is natuurlijk zoeken naar een speld in een hooiberg. Maar onmogelijk is het niet, dacht ik. Immers: door de netwerken die we allemaal hebben zijn we maar een paar stappen verwijderd van elke willekeurige andere persoon. De kunst is om de goede schakeltjes te vinden. Daarbij vind ik het gewoon leuk om dit in elk geval geprobeerd te hebben. En dus maakte ik een oproepje op twitter:

      Wie kent dit kind? Wil een afdruk van de foto graag aan r ouders geven, maar heb geen idee wie ze is... PLS RT http://tinyurl.com/sailgirl

En een versie in het Engels:

      Who's this little girl? #sail2010 I would want to print my photo pic as a gift for her parents. PLS RT http://tinyurl.com/sailgirl

De linkjes verwezen naar de betreffende foto. PLS RT staat voor "Please Retweet" - ofwel: stuur mijn bericht door naar jouw bekenden, en help me zo zoeken.

Het uur daarna gaven 15 mensen uit mijn netwerk de berichtjes door binnen hun eigen netwerk. De foto werd deze ochtend zo'n 300 keer bekeken, dat is voor mijn doen erg veel. Om heel eerlijk te zijn: ook meer dan ik had verwacht. 't Zegt wat over de kracht van het netwerk. Als je het gebruikt voor een doel dat mensen leuk of zinvol vinden, bereik je veel mensen.

Het kleine meisje zelf heb ik nog niet gevonden. Dus mocht je wat weten.... 




woensdag 25 augustus 2010

Sail 2010


Over Sail 2010 is heel veel te vertellen. Dat ga ik in volgende posts vast ook nog wel doen. Omdat er veel te zien was. Maar deze wilde ik vast delen. Het kleinste bootje dat we zagen in het IJ.

maandag 23 augustus 2010

Prinsengracht

Wie achteraan staat, kan niet zoveel zien. Tenzij hij hulpmiddelen bij zich heeft, zoals een camera, lange armen of een trapje. 

Er was veel publiek bij het Prinsengrachtconcert. Zoveel, dat de boodschap van het verkeersbord nu weinig toelichting behoefde.
Terwijl op het drijvend podium de pianist Jean Yves Thibaudet, een Ierse mezzosorpraan en het rietkwintet Calefax optraden, stond ik met S bij de Reebrug. Alwaar je met een keukentrapje vrienden maakt, ook (zeker!) wanneer er geen stokbrood of Franse kaasjes op liggen.
Twee dames uit de buurt hadden het trapje geregeld. Iedereen "die een grote camera bij zich had" mocht even op het trappetje klimmen van de dames. Ik ook, maar besloot na een proefklim dat ik meer had aan mijn lange armen.
Deze foto maakte ik met gestrekte armen, camera boven mijn hoofd. Die natuurlijk wel in de live-view stond, zodat ik kon zien of ik hem goed had gericht.
De mensen die om me heen stonden zagen me in de weer en vroegen; waar is het podium? En hoe ziet het er daar uit? Zij konden onmogelijk over alle hoofden heen kijken en vormden hun beeld aan de hand van mijn foto's. En ik vormde mij een beeld van (sommigen van) hen.
In mijn omgeving zei iemand: "Ik zie helemaal geen bootjes!" Zij had lange tijd op het trapje gestaan en zelfs vanaf die hoogte waren de bootjes niet te zien. Laat staan water. Er waren alleen maar mensen. 
De afstand tot het podium was wel zo groot dat niet iedereen vol ontzag of overgave naar de muziek luisterde. Uit sommige open ramen klonk gezelligheid. En dan waren er mensen die gebelgd omhoog keken, of probeerden via belerend ge-Ssssst! een bijdrage te leveren aan de bijzondere sfeer op de gracht.
Een van de trapdames, zo vertelde S, had ineens aan haar vriendin gevraagd: "Hoe heet dit concert eigenlijk?" Ze was een sms aan het versturen. "Is jouw pa ook bij het grachten-" en toen was ze er niet uitgekomen.
Het was een betere zomeravond. Voorafgaand aan het concert had ik met S gepicknickt in het Vondelpark. Na afloop spraken we lang op een terras. En we spraken af: S gaat een kinderboek maken, misschien wel over fonteintjes op familiebezoek. En ik een liedje. Over de liefde voor mijn dochter.

Bekijk hieronder het Prinsengrachtconcert in de registratie van de Avro:

Get Microsoft Silverlight Of bekijk de flash versie.